Begin augustus 2021 kregen we een telefoontje van Jaap Drok uit Wijhe. Hij was in het bezit van een oude bijbel, die ooit uit Vollenhove kwam. Hij en zijn zuster vonden dat die niet moest eindigen bij het oud papier. Of het Stadsmuseum hem wilde hebben? Door de plaatselijke historische vereniging had hij wat onderzoek laten doen, waaruit bleek dat het de huwelijksbijbel zou zijn van ene Arend Sloet en Johanna Philippina van Dedem – deze laatste kwam uit Wijhe! En Arend Sloet kende ik uit de geschiedenis. Wat doet zo’n bijbel daar in Wijhe, bij de familie Drok? Is er een verband met het Vollenhoofse schildersbedrijf?De familienaam Drok bleek inderdaad de verbinding te zijn met Vollenhove. De opa van Jaap was Piet Drok, zoon van de schilder uit de Kerkstraat. Diens broer Albert had de bijbel in 1897 gekocht uit de boedel van de in januari van dat jaar overleden domineesweduwe Dibbetz – zijn buurvrouw. Haar dochter had die verkoping georganiseerd en vertrok vervolgens naar elders.
De bijbel blijkt een echte statenbijbel, met enkele toegevoegde kaarten, ingebonden in een rode jachtleren band met vergulde sloten. De kwitantie van de aanschaf was achterin ingeplakt en nog aanwezig! Voorin waren aantekeningen geschreven die duiden op gebruik door Arend Sloet en zijn vrouw.
Met de aanwijzingen van de kwitantie van de aankoop door Lodewijk Gansneb genaamd Tengnagel, de aantekeningen van Arend Sloet en/of zijn vrouw en de aankoop uit de Dibbetz-boedel door Drok kon in grote lijnen de hele ‘levensloop’ van de bijbel worden gereconstrueerd vanaf het drukken in 1657 door Paulus Aertsz van Ravesteyn tot nu.
In januari 1662 werd de bijbel in opdracht samengesteld door een boekbinder in Amsterdam, van wie de naam niet goed leesbaar is op de kwitantie.
Eigenaar was Lodewijk (van) Gansneb genaamd Tengnagel (1622-1680). Hij was geboren in Kampen en in 1650 getrouwd met Margaretha Sloet van Tweenijenhuizen (1639-1694). Zij had het huis Cloostermarck geërfd, hij noemde het in 1654 Marxveld en kreeg met veel moeite gedaan dat het de status van havezate kreeg. Van 1660-1663 was hij lid van de admiraliteit van Amsterdam namens de Ridderschap van Overijssel. Het paar kreeg drie dochters, van wie de oudste trouwde met achterneef Gijsbert Frederik Sloet van Marxveld (hij kreeg op die manier de titel!) en de jongste, Johanna Catharina (1665-1727), vrouwe van Tweenijenhuizen, in 1685 met Boudewijn Baron Sloet van Slotenhagen (1660-1721). Deze laatste twee gingen in havezate Lindenhorst wonen. Zoon Coenraad Willem baron Sloet van Lindenhorst (1687-1724) trouwde met Anna Judith van Echten van Oldruitenborg (1686-1742), zij kregen drie kinderen van wie de jongste Arend was – die mogelijk deze bijbel meekreeg bij zijn huwelijk.
Opmerkelijk is dat de bijbel vermoedelijk steeds werd geërfd door het jongste kind!
Arend Sloet (1722-1786) en Johanna Philippina van Dedem (1741-1815) trouwden in 1766. Hij was weduwnaar, had uit zijn eerste huwelijk veel geld en vier havezaten en had veel invloed verworven. Arend was in 1746 al voorzitter van de Ridderschap en Staten van Overijssel, werd in 1766 drost van Salland en in 1786 coadjutor van de Duitse Orde (balie van Utrecht). De drost van Salland was doorgaans de belangrijkste van de drie drosten in Overijssel en daarmee luitenant-stadhouder, tegenwoordig zouden we zeggen commissaris van de koning. Arend had de havezate Oldruitenborgh geërfd van zijn oom. Hij ging er wonen, kocht zijn buren uit en verkreeg zo het landgoed van zes hectare dat nog steeds bestaat, inclusief de ruïne van kasteel Toutenburg.
Johanna Philippina kwam van havezate De Gelder bij Wijhe (afgebroken in 1912, het landgoed bestaat nog).
Op de eerste bladzijde bovenaan schreef één van hen:
1768 Den 26 September den zaterdag avond om negen uur is onze oudste zoon Coenraad Willem Sloet geboren. In 1770 in maart is Willem de pokjes ingeent. In den vijftig of zestig gehad.
1769 Den 2 mei des dinsdags ’s avonds om negen uur is onze tweede zoon Antoni geboren. In 1773 heeft Antoni de pokjes gehad ook ingeent heel vol
1770 is geboren ons dogtertien tussen maandag en dinsdagnagt den 7 mei. En genaamt Anna Judith. En den 22 september in dewelke in den Heere ontslapen tot onser groote droefheijt.
1771 Den 16 Junij is geboren ons tweede dogtertien Anna Judith Sloet op zondagmorgen.
1772 den 24 Julij is geboren ons derde dogtertien om half een uur des nagts en genaamt Philippina Johanna Helena Gerridina.
1773 den 5 Augustus is geboren jonkheer Boldewijn Reind Wolter Sloet des namiddags om drie uur.
Over de inentingen tegen pokken: pas rond 1800 werd er dankzij de Britse arts Jenner ingeënt tegen pokken. Daarvoor werd, in navolging van boeren in Turkije, en mede dankzij onderzoek van de Groningse arts Gerard Reinders tijdens een enorme koepokkenepidemie, kinderen opzettelijk besmet met verzwakt koepokkenvirus in sneetjes op het lichaam. Dit heette variolatie. De ziekte pokken zorgde voor 30% van de sterfte in die tijd.
Opmerkelijk is dat hun jongste dochter Catharina Christine Coenradina Sloet van Tweenijenhuizen (1777-1849) er niet bij staat. Werd zij - als nakomertje, vier jaar na haar broer – vergeten er in te vermelden? Ze ging als 12-jarige met moeder en haar nieuwe stiefvader mee naar Roden, en werd op haar 15e (!) uitgehuwelijkt aan de baron van Westerholt op Hackfort bij Zutphen.
Johanna Philippina hertrouwde in 1789 met Willem de Lille, advocaat en huisvriend, en ging met hem wonen op huis Ter Heyl in Roden. De drie Vollenhoofse havezaten Tweenijenhuizen, Oldruitenborgh en Hagensdorp gingen toen naar de drie zoons.
Tweede zoon Antony Sloet (1769-1853) werd directeur van de staatsloterij en adjudant van koning Willem I. Hij woonde aanvankelijk op havezate Oldruitenborgh maar vertrok naar Den Haag voor zijn werk.
Antony’s zoon Jan Willem Sloet van Oldruitenborgh (1792-1863) was dijkgraaf en verificateur (belastingambtenaar). Hij kocht in 1824 havezate Lindenhorst om er te wonen. Zijn dochter baronesse Isabelle Antoinette van Oldruitenborgh (1816-1897) trouwde in 1837 met Frederik van Boddien (plm. 1800-1852) en kreeg met hem vijf kinderen. Ze woonde toen in havezate de Hare, en hertrouwde in 1855 met haar kostganger ds. B.J. Dibbetz (1804-1872), hervormd predikant in Vollenhove van 1838 tot zijn overlijden. Het echtpaar verhuisde naar het grote huis in de Kerkstraat met de barokke gevel waar ook zijn voorganger Willem Sanders had gewoond, op nummer 43. Broer Gerard Sloet kocht havezate Marxveld, en later de Oldenhof.
Vermoedelijk heeft Isabelle de bijbel van haar ouders gekregen, die dus via de havezate Hagensdorp waar zij eerst woonden op Lindenhorst terecht is gekomen en uiteindelijk op havezate de Hare.
Hun koetshuis in de Kerkstraat, aan de rechterkant, werd later de werkplaats van timmerman Driezen. Rechts daarvan woonde schilder Drok. Het was de basis van het ‘complex Drok’ dat enkele jaren geleden plaats maakte voor nieuwbouw. Albert Drok (1869-1899) was niet alleen buurman maar had ook een functie in de kerk als hulp van de dominee. De bijbel is in de familie Drok gebleven en terechtgekomen bij Jaap Drok, kleinzoon van Alberts broer Piet die als schilder het familiebedrijf had verlaten en naar Groningen trok.




