• Foto1
  • Foto10
  • Foto11
  • Foto12
  • Foto13
  • Foto14
  • Foto15
  • Foto16
  • Foto17
  • Foto18
  • Foto2
  • Foto3
  • Foto4
  • Foto5
  • Foto6
  • Foto7
  • Foto8
  • Foto9
De wijzerplaatIn 2022 kregen we uit de nalatenschap van Hans Tukker (1946-2022) een oude, manshoge houten wijzerplaat. Hij zou afkomstig zijn van de Mariakerk. In een hoek was enige informatie geschilderd, op basis waarvan niet alleen de echtheid maar ook de geschiedenis was af te leiden.
 
De Mariakerk aan de Bisschopstraat in Vollenhove is in 1423 gebouwd en in 1450 vergroot. Al in 1402 werden er plannen voor gemaakt. De kerk in zijn huidige vorm is een bakstenen gebouw, bestaande uit een eenbeukig schip, een 5/8 gesloten koor en een vierkante toren, gebouwd in 1450 met een vierkante traptoren aan de zuidzijde. Deze torenbouw symboliseerde de H. Maria met het Kindeke. Oorspronkelijk heette de kerk dan ook de Onze Lieve Vrouwekerk. Na de reformatie werd dat de Kleine Kerk als onderscheid ten opzichte van de Grote Kerk aan het Kerkplein. Het aanzicht van de kerk vanaf het Harmen Visserplein is heel anders dan dat vanuit de tuin van Marxveld: vanwege een restauratie in 1911 zijn veel middeleeuwse stenen in de gevel aan de pleinkant vervangen en ziet het voegwerk er daar uiterst strak uit. Het plein bestaat overigens pas sinds begin jaren 1960, toen huizen en zondagschool - met poortje naar de straat - werden afgebroken. De kerk wordt nog steeds gebruikt voor de eredienst (PKN).

Locatie Mariakerk 1649Toren
 
Over de bouw van de toren vóór de kapel, die aanvankelijk los stond maar later daarmee is verbonden, is ook het één en ander bekend. In 1450 is men met het optrekken ervan begonnen, acht jaar later was men met de afwerking bezig. In oorsprong bestond deze toren uit drie geledingen, afgedekt door een lage spits.
In 1823 werd de lage spits van de toren verwijderd en vervangen door een stenen bovenbouw, bekroond door een open koepeltje van hout. Deze vorm van beëindiging werd in de 17de, 18de en het begin van de 19de eeuw vaak toegepast, o.a. bij de Lebuinustoren in Deventer, en in Meppel in 1827. De stenen bovenbouw in Vollenhove is aan elke zijde met twee spitsbogige galmgaten doorbroken. Boven de galmgaten werden tegen het midden van de gevels wijzerplaten aangebracht.
 
In die tijd was een slagklok met wijzerplaten een onmisbaar element in de samenleving. De toren van de Nicolaaskerk is laag en staat bovendien in het westelijk stadsdeel. De O.L. Vrouwekerk en haar toren liggen centraal. Door deze te verhogen en van wijzerplaten te voorzien bood men iedereen de mogelijkheid te zien, hoe laat het was. Uit het stadsarchief blijkt, dat het stadsbestuur op 8 oktober 1822 vergaderd heeft over het herstel van het uurwerk in de Mariatoren (één van de klokken van deze toren moet dus in vroeger tijd de heel- en halfuurslag hebben aangegeven). Misschien is men toen of kort daarna op de idee gekomen deze toren te verhogen, want op 27 november 1822 werd timmerman Seidel opgedragen een bestek te maken voor de verhoging. Een lid van het stadsbestuur deed daarbij het voorstel om - ter dekking van de kosten - één van de klokken uit de Nicolaastoren te verkopen. Het besluit daartoe werd op 10 februari 1823 genomen. Dat bracht 1600 gulden op. In de zomer van 1823 zal men met het optrekken van de bovenbouw zijn begonnen, want boven de deur naar de huidige klokkenkamer bevindt zich een steen, waarop staat: De eerste steen gelegd - door Freule - Isabelle Antoinette Sloet van Oldruitenborgh - 2 Aug. 1823. Deze baronesse (1773-1848) was de echtgenote van Antony Sloet van Oldruitenborgh, de directeur van de Staatsloterij in Den Haag – waar ze meestal woonden.
Eén en ander ging met enige plechtigheid gepaard. Na het gereedkomen van de bovenbouw moet het uurwerk uit de Nicolaastoren in dit nieuwe torengedeelte zijn geplaatst: in de vergadering van 28 november 1823 is f 40,- uitgegeven voor het overbrengen hiervan. Toen is ook de klok uit 1482 van Geert I van Wou uit de Grote naar de Kleine Toren overgebracht, waar zij in de koepel werd opgehangen en de functie van luidklok kreeg. In 1862 scheurde deze klok en werd zij vervangen door een nieuwe, die door Petit & Fritsen te Aarle-Rixtel is gegoten in opdracht van ‘president’ E. Ekker en kerkvoogd D.A. van Smirren.
 
De kerk was tot 1976 als Kleine Kerk in gebruik bij de Hervormde Gemeente te Vollenhove. In 1978 heeft de toenmalige gemeente Brederwiede de toren overgenomen. Dat leidde in december tot het beschikbaar stellen van geld voor het repareren van het uurwerk. Het uurwerk had toen al enkele jaren stilgestaan op vijf voor zeven, het slagwerk was ook al jaren niet meer gehoord. Mogelijk zijn toen de wijzerplaten vervangen en is er één enkele jaren later terechtgekomen bij de Oudheidkamer Brederwiede. Toen die in 2004 ophield te bestaan, is slechts een beperkt aantal objecten overgegaan naar het Cultuur Historisch Centrum, nu het Stadsmuseum. Andere objecten werden afgestoten en een deel werd opgeslagen in een loods in de polder. Daar moest het in 2016 weg, mogelijk is de plaat zo bij Hans Tukker terecht gekomen – en nu in het Stadsmuseum waar hij is tentoongesteld in het kabinet Stad & Streek.
 
Duidelijk te zien is een oude ondergrond, waar later met goudverf gevulde inkepingen voor de urenaanduidingen zijn gemaakt. Eén daarvan was kennelijk niet goed gedaan, volgens een geschilderde opmerking van vermoedelijk één van de betrokken schilders.
 
De insnijdingen zijn aangebracht door timmerman E.P. Seidel (1788-1873). Geverfd is er door schilder / glazenmaker Jan Hendriks Jongman (1794-1879) en schilder Harman Pieters Petersen (1822-1888). Ook de naam Ekker (1820-1864) staat er op, ook een timmerman in die tijd, E.P. Seidel was zijn oom. Maar een andere Ekker was 'president' van de kerkenraad en opdrachtgever voor de verbouwing in 1823. Een reeks kleine gaatjes wijst op een aangebrachte metalen plaat, ook gezien de aanwijzing 'het zink er op gemaakt door C. ten ....'. Dat laatste is niet goed leesbaar. Wie komt deze tekst ontcijferen?
 

Dedico ICT

Copyright © 2015. All Rights Reserved.