We kregen van de Vereeniging tot beoefening van Overijsselsch Regt en Geschiedenis een prachtig schilderij in bruikleen. In 2004 was het één van de ’50 topstukken’ die in Oldruitenborgh tijdelijk te zien waren in de expositie ‘Weerzien met Vollenhoofs Erfgoed’, samengesteld in het kader van de viering van 650 jaar stad door Jos Mooijweer. Ondanks de goede foto’s in de catalogus (waarvan er nog enkele exemplaren te koop zijn in onze museumwinkel) is het schilderij in het echt een stuk ‘sprekender’. Op de achterkant staat ‘Old Vollenhove nogtans bevond in ’t jaar Ano 1814’.Het betreft een gezicht op de stad Vollenhove, geschilderd vanaf een plek op de Voorst, met links de donjon van het Oldehuis, dan vermoedelijk de torentjes van het Drostenhuis (ook op ‘het fort’) en rechts de dakruiter van de H. Geestkapel en dan de oude torenspits van de Mariakerk – die in 1823 werd vervangen door een opbouw met klokkenstoel, toerenuurwerk en koepeltje.
Het is in olieverf op paneel geschilderd door de Zwolse schilder Antonie Daniël Prudhomme (1745-1826). Hij begon zijn loopbaan als koopman, verbleef hiervoor in Zuid-Amerika, maar volgde toch zijn roeping en ging studeren aan de Amsterdamse kunstacademie.
De schilder bevond zich ergens op de Voorst aan de zuidwestkant van de stad. De mensen op de voorgrond bevonden zich vermoedelijk op de Wheemeweg (globaal nu Noordwal), die vanaf de Bentsteeg (nu Laan van Toutenburgh) naar de zee liep. Een dwarsweggetje was de zogenaamde Moordenaarssteeg.
De donjon van het Oldehuis werd afgebroken in 1825, de laatste gebouwen in 1854. De dakruiter van de H. Geestkapel verdween op een onbekend moment, maar werd bij de restauratie in het midden van de jaren 1970 opnieuw opgebouwd.
Opmerkelijk: het museum beschikt ook over een schilderij van het Oldehuis uit het zuidwesten van de Vollenhoofse schilder Wicher Post, die zijn opleiding op hetzelfde instituut als Prudhomme genoot. Toen Post het schilderde was het Oldehuis al lang afgebroken, dus het is nageschilderd van een prent of een ander schilderij – maar niet dat van Prudhomme. Welke dan wel?




